Destination Unknown: Een uitdaging van spel en materiaal

Het was midden juni toen ik de eerste kennismaking had met de organisatie en de groep kunstenaars van Destination Unknown 2021. Ik kende de kunstenaars nog niet en ik merkte dat ik heel zenuwachtig was. We liepen rond in een leegstaand gebouw in Tegelen, waar het aan alle kanten lekte en de aanwezige tocht voelbaar was. Toch leken de mogelijkheden al eindeloos in de grootschalige ruimten en ik merkte dat ik moest gaan schakelen van schilderij naar ruimtelijkheid. 

Ik had mezelf aangemeld met de uitdaging om vanuit de ruimte een relatie aan te gaan met mijn werk. Ook koos ik ervoor om mijn thematiek nog niet vast te leggen, aangezien ik wilde onderzoeken of de ruimte aanleiding zou kunnen zijn voor een nieuw onderwerp. Ik wilde me losmaken van westerse verhalen en mythologie, die ik vaak in mijn werk als aanleiding gebruik.

Het gebouw had voor mij nog geen aanknopingspunten om mee aan de slag te gaan, totdat we de zolderruimte betraden. Daar, helemaal bovenin het gebouw, sprak de ruimte in herinneringen. Ik werd teruggeworpen naar mijn kindertijd, waar ik met mijn zusje op zolder speelden. Hier gaven we een wereld vorm die alleen van ons was en deden we spelletjes waarvan alleen wij de regels wisten. Later die maand leek deze connectie mij de perfecte aanleiding om vanuit te starten met het maken van nieuw werk.

In mijn atelier bedacht ik al een plan om op grote doeken te schilderen. Dit zou nieuw zijn voor mij, omdat ik over het algemeen op klein formaat schilder. Ik wilde deze grote doeken kris-kras door de ruimte ophangen, maar iets hield mij tegen. Ik vond dit niet radicaal genoeg. Ik wilde mijzelf op een andere manier uitdagen. Als ik nu een mooie ruimte tot mijn beschikking had, waarom zou ik die dan vullen met schilderingen die een andere wereld zouden tonen? Zo zou ik de ruimte alleen maar als presentatieruimte gebruiken voor nieuw werk. De motivatie voor mij was het integreren van schilderwerk dat de ruimte zou complimenteren, als een samenwerking met wat het gebouw te bieden had.  

Vervolgens begon ik speelse sculpturen te maken in de klassieke vormen van kinder bouwstenen. Het bouwen en afbreken als kinderlijk spel naast het bouwen en afbreken van gebouwen door volwassenen. Zoals de oude Sigarenfabriek in Tegelen ook gesloopt en verbouwd zou gaan worden. 

Voor mijn sculpturen gebruikte ik niet alleen verf om deze bonte kleuren te geven, maar ook speelgoedklei. Ik vond het erg interessant om een materiaal te gebruiken wat vooral wordt gebruikt door kinderen. Ook andere materialen, zoals stoepkrijt kwamen op in mijn hoofd. Dit bootste ik na door pure kleurpigmenten met (aquarium)zand te mengen. Hiermee maakte ik op de zolder van de oude sigarenfabriek in zandschilderingen op de vloer. Ik had vele ideeën om op de vloer te schilderen, maar de ‘regenboog’, de lauwerkranstakken, de zon, de maan en de sterren bleven als als onderwerpen hangen. 

Door deze afbeeldingen op de vloer te strooien met het zand en te combineren met de sculpturen, ontstond er een installatieve ‘speelzolder’. Deze oogde alsof het geleefd en beleefd worden door de tactiliteit van de gebruikte materialen en kleuren.

Voor mij is het spel met deze materialen een nieuwe stap in het proces van het maken van installaties. Waar ik eerder mijn schilderijen centraal stonden in een presentatie, nam ik hier de ruimte als aanleiding. Ik vertrok vanuit nieuwe materialen die mij de gelegenheid gaven om het schilderen op een andere manier te benaderen, zonder kwasten of verf. Er ging een hele nieuwe wereld voor mij open als het gaat om materiaalgebruik. In plaats van een belevingswereld te vangen in verf op het platte vlak, kan een andere materiaalkeuze de wereld veel tastbaarder maken. In plaats van te verlangen in dat schilderij te kunnen zijn, sta je letterlijk in de installatie en kun je de materialen bijna voelen of optillen. Het is geen illusie meer van ruimte, maar de ruimte bestaat echt.