Van Gogh AIR: over Binnen, over Buiten en over eigen ruimte scheppen

“Het is eind augustus 2020 wanneer ik voor het schilderij Caféterras Bij Nacht sta. Het is de eerste keer dat ik het Kröller-Müller Museum bezoek en de vaste collectie van Vincent Van Gogh betreed. Ik voel mij vereerd, dat ik zoveel van zijn werk voor de eerste keer mag zien. Het is alsof ik nu echt kennis maak met zijn werk en scherp kan kijken naar hoe zijn schilderijen in elkaar zitten. Ik mag er opnieuw achter komen hoe hij speelt met kleuren waardoor er een interessante spanning ontstaat. De smeuïge kwaststreken, bijna spiritueel. Tegelijk zo verfijnd en scherp geobserveerd. Caféterras Bij Nacht toont mij een scène die, vastgezet in olieverf, nog steeds beweegt over het doek. Zijn schilderkunst leeft! En dat is de reden waarom ik jullie schrijf.”

Bovenstaande tekst was onderdeel van mijn aanvraag die ik op 14 september 2020 stuurde naar Van Gogh AIR. Ik werd geselecteerd en in oktober 2021 mocht ik een maand lang wonen en werken in de kosterswoning in Zundert. Ik vond het heel spannend om een maand lang van huis te zijn, met een nieuwe omgeving, in een dorp die mij nog totaal onbekend was.

Van Binnen naar Buiten

Toen ik eenmaal in de kosterswoning en atelier was geïnstalleerd, ging ik veel buiten lopen. Ik vond het geweldig om de herfst van zo dichtbij mee te maken. De bladeren kleurden langzaam donkerrood – bijna pruimkleurig – of vielen als krokante, bruine bladeren uit de bomen. 

De zon wisselde bijna schematisch zijn zonnestralen in voor donkere wolken en veel regen die als vele dikke draden uit de hemel kwamen. De aarde kreeg zo een wollige, mossige geur. En met als kers op de taart een bliksemstorm. Kort, maar zeer welkom wat mij betreft. Het is een van mijn favoriete weersomstandigheden. De wereld lijkt heel even zijn adem in te houden. Alles is stil.

Zo ontstonden werken als: De Herfstzon, Regenstrepen en Stapelwolken, geïnspireerd op wat ik buiten vond en benoemde.

Van Buiten naar Binnen

Op mijn wandelingen verzamelde ik kastanjes en bladeren die allen een plekje kregen in het atelier. Binnen de antroposofie staat de herfst voor het moment om van buiten weer naar binnen te keren, dicht bij jezelf te komen, voordat het winter wordt en je bijna helemaal niet buiten komt. Ook ik was graag binnen te vinden. Binnen mijn eigen kunstpraktijk komt mijn werk voornamelijk van binnenuit, een eigen belevingswereld waar flarden van herinneringen en mythologie samenkomen. 

Ik keek aandachtig naar Van Gogh’s schilderijen, las soms zijn brieven en liet mij inspireren door één van zijn grote inspiratiebronnen: de Japanse prenten.  

Ik werd op sommige momenten ook een beetje overvallen door het zoeken naar een duidelijke connectie met Van Gogh. Hoe hij zich heeft laten inspireren door Japanse houtsneden, een inspiratie die als vanzelfsprekend door zijn latere werk vloeit, maakte mij onzeker over hoe hij als inspiratie door mijn werk zou moeten vloeien. 

Ik ging nog beter kijken en liet mijn verwondering de vrije loop. Zijn figuratieve onderwerpen zoals zonnebloemen, kraaien en zijn bekende sterrenhemel, vonden langzaam een plek binnen mijn eigen symbolische beeldtaal. Zo liet ik mij inspireren door wat hij ooit heeft gezien en geschilderd, maar werden het wel echt werken van mijn eigen hand.

De Ruimte verkleinen

Ik weet niet eens meer wat voor dag het was dat ik mijn materialenkist ondersteboven hield. Het materiaal wat daaruit kwam is dankzij een aantal toevalligheden in mijn bezit gekomen, nog voor ik naar Zundert kwam: de keuze om een bekende discountwinkel binnen te lopen, recht naar de hobby-afdeling, mijn oog te laten vallen op een pak raar uitziende klei in verschillende kleuren. Ik concludeerde dat ik dit mee mocht nemen onder het mom ‘waarom niet’: het kost bijna niks en wie weet zou ik er iets mee kunnen.

Deze zelfde houding zorgde ervoor dat dit pak, dat ik met een boogje in mijn materiaalbak gooide, tijdens de werkperiode tevoorschijn kwam tussen de spijkers en de gesso. 

Mijn lakse houding tegenover deze polymeerklei maakte plaats voor een eureka-moment. 

Hier kon ik mee schilderen! Niet letterlijk zoals met kwast op doek, maar met een soortgelijke energieke toets kon ik de klei met mijn vingers verspreiden over paneel. Zo dicht was ik nog nooit bij een materiaal gekomen. De ruimte tussen mij en het werk, zoals ik dat vaak ervaar met een schilderij, was veel kleiner geworden. Waar altijd een kwast of penseel tussen mij en mijn materiaal zat, was nu mijn vingerafdruk de energieke toets die ik zocht in het werk van Vincent. Mijn schilderijen maakte in een heel snel tempo plaats voor een volgend experiment. Door nog meer polymeerklei aan te schaffen, kon mijn werk ook andere vormen aannemen. Weg uit het platte vlak. Het werden muurapplicaties. 

“Soms moet een tekening gewoon een tekening blijven en is het medium schilderkunst niet de oplossing. Ik dacht dat ik lekker zou schilderen in deze werkperiode, maar ik ben vooral bezig met de ruimte. Hoe ik deze kan vormgeven met een installatie. Daar wordt mijn creativiteit sneller door aangewakkerd…. Ik wil los van mijn bestaande schilderijen, via nieuwe materialen uitdrukking geven aan mijn ideeën.” - notitie van 18 oktober 2021

Ruimte vergroten

Ondanks de grote ruimte die het atelier mij bood, was ik heel erg opgelucht om te horen dat ik eerder in de Van Gogh Galerie terecht kon om aan mijn eindpresentatie te werken. Het atelier is ingericht als een werkplaats. Er is bijna geen plek te vinden om je werk zonder het ruis van het atelier op te hangen en het idee van ruimtelijkheid binnen het werk te onderzoeken. 

Ik schrok toen ik me bedacht dat dit hetzelfde was voor mij met mijn gedeelde atelier in Den Bosch. 

Waar ik mijn individuele ruimte in Den Bosch wegwuifde als een luxe die ik me niet kon permitteren, kwam ik er in Zundert achter hoe belangrijk een goed atelier was en vooral: dat ik zelf moet uitvogelen wat voor mij een goed functionerend atelier is.

De nieuwe stappen

Ik zie de tentoonstelling van de werkperiode bij Van Gogh AIR eerder als een aanzet dan als een afsluiting. Ik heb de maand als een heel korte tijdspanne beleefd, maar als ik erop terugkijk, heb ik heel veel nieuwe conclusies kunnen trekken om op door te werken in mijn eigen atelier. Werk maken, hoe spontaan het ook tot stand lijkt te komen, heeft veel tijd nodig. En die tijd mag ik in het vervolg ook nemen. Door tijd te nemen en te experimenteren met polymeerklei, kwam ik erachter dat niet alle ideeën in de vorm van een schilderij passen, maar moeten ontstaan binnen een medium dat ze schikt. Naast de polymeerklei en de eigenschappen die het heeft, zou ik willen uitzoeken of keramiek mij de mogelijkheden kan bieden om de fysieke ruimte meer naar mijn hand te zetten en zo onderdeel te maken van mijn belevingswereld. Hier wil ik in het vervolg verder onderzoek naar doen. 

Net zoals polymeerklei op mijn pad kwam als een nieuw te onderzoeken materiaal, kreeg ik een e-mail van onze atelier vereniging: er kwam een nieuw atelier vrij in ons pand. Een mogelijkheid om een nieuwe werkruimte te onderzoeken. Ik heb meteen gereageerd dat ik interesse had en tot mijn opluchting mocht ik de nieuwe werkplek gaan huren.

Ik weet nu dat het belangrijk is om mijn atelier zo goed mogelijk in te richten voor mijzelf en dat ik ruimte nodig heb om meer installatie gericht te werken. Zo kan ik met verschillende dingen schuiven en is er letterlijk ruimte om te fantaseren over de vorm van een werk. Ook zou ik meer buiten het platte vlak willen werken en ruimtelijker werk maken dat ook van de muur af komt of op zichzelf staat. Veel ideeën die ik had, pasten gewoonweg niet in een schilderij, waardoor het zonde zou zijn als ik die waardevolle ideeën gewoon zou wegwuiven.